Mijn 1e publicatie; eHealth gebruik onder fysio’s

FysioPraxis, april 2016
FysioPraxis, april 2016

Sinds september 2013 studeer ik klinische gezondheidswetenschappen, een deeltijd studie waarvoor ik iedere vrijdag in Utrecht vertoef naast de vier dagen die ik werk als fysiotherapeut. De afgelopen negen maanden heb ik gedurende mijn afstudeerfase stage gelopen bij het NIVEL, en UMC Utrecht binnen het e-Exercise onderzoeksprogramma.

e-Exercise is een blended eHealth interventie voor patiënten met heup- en/of knieartrose. ‘Blended’ wil zeggen dat het programma bestaat uit een online component, in dit geval een beweegprogramma, en een offline component, in dit geval vijf face-to-face behandelingen fysiotherapie. Het centrale onderzoek waar ik bij aansluit vergelijkt de kosteneffectiviteit van dit programma met die van reguliere fysiotherapie. Zelf voer ik twee stageopdrachten uit binnen deze onderzoekslijn tussen juli 2015 en juli 2016.

Op dit moment ben ik voor mijn afstudeeronderzoek bezig om te kijken welke patiënt-, interventie- en omgevingsgerelateerde factoren bepalen of een patiënt de online component van e-Exercise ook daadwerkelijk gaat gebruiken. Het artikel dat ik naar aanleiding van dit mixed methods onderzoek schrijf lever ik 1 juli als thesis in bij mijn opleiding, waarna hij in de zomer ingediend zal worden bij een wetenschappelijk tijdschrift.

Daarnaast heb ik afgelopen zomer voor mijn keuzestage een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de vraag waarom fysiotherapeuten e-Exercise wel of juist niet zijn gaan gebruiken. Het stageverslag werd beoordeeld met een 8.5 en de verzamelde gegevens worden gebruikt voor een onderzoekspublicatie waarbij ik als medeauteur wordt meegenomen. Daarnaast schreef ik samen met Corelien Kloek, Daniël Bossen en Cindy Veenhof een iets kortere, Nederlandstalige versie van het artikel dat we indienden bij FysioPraxis, het tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). Na twee ronden feedback van drie reviewers kregen we eind februari het bericht dat het artikel geplaatst zou gaan worden. Erg leuk, mijn eerste onderzoekspublicatie!

Gisteravond kreeg ik bericht dat het zo ver was; het artikel staat op pagina 35 t/m 37 in het wetenschapskatern van het aprilnummer van FysioPraxis. Ik zou het artikel hier kunnen beschrijven, maar omdat je het hele artikel hier online kunt lezen leek me dat wat overbodig.

PS: Momenteel heb ik overigens nog een ander ijzer in het vuur; een systematisch literatuuronderzoek en meta-analyse naar het effect van activiteitenmonitor gebruik op lichaamsbeweging bij volwassenen met overgewicht of obesitas waarbij ik momenteel de laatste hand leg aan de gevraagde aanpassingen van een wetenschappelijk tijdschrift. Hopelijk volgt daarmee mijn eerste internationale publicatie op korte termijn!

Waarom ik mijn Apple Watch inruil

Apple Watch versus Fitbit Surge
Sinds donderdag 14 april gebruik ik de Fitbit Surge (rechts) in plaats van de Apple Watch (links)

Toen op vrijdag 17 juli 2015 de Apple Watch beschikbaar kwam in Nederland was ik er als de kippen bij. Het zal sommige mensen die mij goed kennen vermoedelijk verbazen dat ik hem driekwart jaar later in de verkoop heb gezet en heb ingeruild voor de Fitbit Surge – een activity tracker die zelfs iets ouder is. In deze blog licht ik die keuze daarom toe zodat het wellicht iemand anders ook kan helpen in het keuzeproces.

De Apple Watch nam na de introductie al snel de markt voor smartwatches over met een marktaandeel van 75% in juli 2015, waarvan februari 2016 nog steeds 63% over was ondanks de groeiende concurrentie. Daarnaast verwachtte ik dat de Apple Watch ook de markt voor activity trackers over zou nemen op een vergelijkbare manier zoals het door de introductie van de eerste iPhone in 2007 van een telefoon een smartphone maakte. In mei 2014 was ik tijdens mijn vrijgezellenfeest in de Ardennen mijn Fitbit Zip kwijtgeraakt en wachtte om diezelfde reden met de aanschaf van een nieuwe activity tracker.

Terugkijkend is die verwachting voor mij niet uitgekomen. Anno april 2016 zit er veel overlap tussen smartwatchers en activity trackers, maar in de basis zijn het toch echt twee andere productcategorieën. Immers, een activity tracker wil je het liefst dag en nacht gebruiken om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen, terwijl je van een smartwatch een gelikt scherm en geavanceerde functies verwacht die ook voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden. Technisch is het best mogelijk een fantastisch scherm, snelle processor, GPS en een veelvoud aan sensoren in één product te stoppen; maar niet met een acceptabele batterijduur.

Begin april bevestigde James Park, CEO van Fitbit, dit onderscheid nog maar eens door te zeggen dat de Apple Watch te veel doet. “Ons onderzoek laat zien dat mensen die geïnteresseerd zijn in een Apple Watch, geen overlap vertonen met mensen die op zoek zijn naar een Fitbit.” Grappig genoeg zei hij dit nog geen 3 maanden nadat het marktaandeel van Fitbit met 20% kelderde nadat het de Fitbit Blaze had geïntroduceerd. Met deze wearable leek Fitbit de stap van activity trackers naar de smartwatch te willen maken, wat blijkbaar niet goed viel onder de aandeelhouders.

Ik blijk dus zelf te horen bij die tweede groep, die meer op zoek is naar een activity tracker dan een smartwatch.

Na negen maanden Apple Watch merkte ik steeds meer dat ik de apps eigenlijk niet of nauwelijks gebruik. Daarnaast begon ik me eigenlijk steeds meer te storen aan de notificaties, die voor mij meestal een aanleiding vormden om mijn telefoon te pakken in plaats van andersom, zoals ik het me vooraf eigenlijk had voorgesteld. Als activity tracker meet de Apple Watch netjes mijn stappen, sedentair gedrag en actieve minuten, maar herkent laatstgenoemde meestal niet als ik naar mijn werk fiets. De Apple Watch meet ca 1x per kwartier mijn hartslag, maar dat is zó steekproefsgewijs dat het mij eigenlijk niets zegt. Als sporthorloge kan het de hartslag meten, maar de meeste externe apps maken daar geen gebruik van en de workouts uit Apple’s eigen app zijn niet te exporteren naar platforms zoals Strava en Runkeeper. Daarnaast bevat de Apple Watch geen GPS, waardoor ik alsnog met mijn iPhone moest lopen om gegevens als snelheid en afstand goed bij te houden. De echte smartwatch-functies blijk ik dus niet of nauwelijks te gebruiken, terwijl ik eigenlijk behoefte heb aan een aantal functies die sommige activity trackers wel bieden.

Fitbit Blaze Charge HR Surge
De Fitbit Blaze, Charge HR en Surge

Dit besef was vorige week aanleiding om mij nog eens goed te verdiepen in de beschikbare activity trackers. Na enig gepuzzel en het lezen van talloze review trok ik de conclusie dat het de Fitbit Charge HRFitbit Surge of eerdergenoemde Fitbit Blaze moest worden omdat deze beschikken over een continue hartslagmeting. De continue hartslagmeting levert niet alleen inzicht op over het verloop van de hartslag gedurende de dag, maar ook over de intensiteit waarop bewogen wordt, wat activity trackers zonder hartslagmeter slechts kunnen schatten. Door die extra informatie blijken de Fitbits ook beter in staat om beweegminuten in te schatten en zouden ze activiteiten zoals fietsen beter herkennen dan mijn Apple Watch deed. De hartslagmeting is niet zo nauwkeurig als de meting via een borstband, waardoor ze minder geschikt zijn als sporthorloge als je bij hoge intensiteit nauwkeurig traint op hartslag.

Hoewel ik graag over gedetailleerde informatie beschik, vind ik het belangrijker dat de sportprestatie zelf (snelheid, afstand etc.) goed gemeten wordt dan de hartslag omdat ik als recreatief duursporter zelf het liefst op gevoel train. De aanwezigheid van GPS om de sportprestatie goed vast te kunnen leggen heeft daarom voor mij duidelijk wel meerwaarde. Van de drie genoemde trackers is de Fitbit Surge de enige met GPS, wat voor mij de knoop doorhakte. Een dag nadat ik voor mijzelf de knoop doorhakte publiceerde wearable.com toevallig een vergelijking tussen de Blaze en Surge met een soortgelijke conclusie; de Blaze is interessanter als smartwatch, de Surge als sporthorloge.

Net als de Fitbit Charge HR en Blaze doet de Surge meerdere dagen tot een week (afhankelijk van het GPS gebruik) met de batterij. Hierdoor kan hij, in tegenstelling tot de Apple Watch die dagelijks opgeladen diende te worden, ook als slaaptracker gebruikt worden. Een extra gebruiksgemak is dat zowel slaap als activiteiten automatisch worden herkend, wat op basis van mijn ervaring tot dusver goed werkt. Een laatste voordeel van de Surge ten opzichte van de Apple Watch is dat het aantal gelopen trappen ook bijgehouden worden dankzij de barometer. Een nadeel van Fitbit is dat het niet toestaat hun data te synchroniseren met Apple’s Health Kit, maar dit heb ik kunnen oplossen dankzij de Sync Solver app die het nu automatisch regelt op de achtergrond. Ook de GPS activiteiten worden automatisch gepusht naar Strava, werkt ideaal. Een aantal screenshots van de genoemde functies vind je in de volgende galerij.

Deze diashow vereist JavaScript.

Dat ik zelf er voor kies om mijn Apple Watch in te ruilen voor een activity tracker wil overigens niet zeggen dat ik dit persé voor anderen ook de beste keuze zou zijn. Mijn vader heeft bijvoorbeeld een Asus Zenwatch, maar hij heeft zijn notificaties zo ingesteld dat het voor hem functioneel is, terwijl hij de beweeginformatie ziet als een leuk extraatje waar hij verder weinig mee doet. Welke wearable het meest geschikt voor je is hangt dus maar net af van waar je hem voor wilt gebruiken. Hoe dan ook; ik hoop dat de toelichting van mijn eigen ervaring je misschien helpt bij het maken van een eigen keuze. Succes!

Update 25-4-2016: Een week na mijn post schreef iCulture editor Gonny van der Zwaag dit artikel waarin ze in 10 redenen beschreef waarom ze na 1 jaar Apple Watch hem toch nog dagelijks draagt en gebruikt. Ze heeft duidelijk heel andere redenen dan mij; wat mijn laatstgenoemde punt bevestigt dat het maar net af hangt van wat je zoekt in een tracker of smartwatch en waar voor je hem wilt gebruiken.

Update 4-2-2017: In de loop van het afgelopen jaar is mijn Fitbit Surge drie keer defect geraakt. De eerste keer nam de batterijduur in korte tijd drastisch af, de tweede keer liet de lijmlaag van het bandje los en de derde keer ging de batterij weer defect. De eerste twee keer werd de Surge vervangen door een nieuw exemplaar, de derde keer kreeg ik shop-tegoed van Coolblue, waar ik hem destijds had aangeschaft. Erg goede service wat mij betreft trouwens, ze nu met stip mijn favoriete webshop. Ik heb nogmaals de afweging gemaakt een Apple Watch te nemen maar nu de series 2, maar ben uiteindelijk gegaan voor de Fitbit Charge 2, de opvolger van de Fitbit Charge HR die eerder in deze blogpost werd genoemd. Ik vind het super dat de nieuwe Apple Watch GPS heeft en waterdicht is, maar het gebrek aan continue hartslagmeting en de beperkte batterijduur waardoor hij niet geschikt is voor slaap-tracking deed mij dezelfde afweging maken als bijna een jaar geleden. Wat dat betreft is deze blogpost voor mij persoonlijk nog steeds actueel!

Hoe Apple kansen biedt aan medisch onderzoek

De iPhone speelt een steeds belangrijkere rol in zowel de zorg als onderzoek
De iPhone speelt een steeds belangrijkere rol in zowel de zorg als onderzoek

Mijn vorige blogbericht ging over hoe zelfmetingen van één persoon kunnen leiden tot nieuwe (wetenschappelijke) inzichten. Dit blogbericht gaat over min of meer het tegenovergestelde; hoe zelfmetingen van heel veel personen kunnen bijdragen aan de wetenschap. En dan met name welke rol Apple daarin wil spelen.

In april 2015 introduceerde het ResearchKit, een softwarepakket dat het medisch-wetenschappelijk onderzoek een platform gaf om in potentie in contact te komen met de miljoenen iPhone en iPad gebruikers wereldwijd en data uit te wisselen. Het volgende filmpje werd in 2015 door Apple gebruikt om dit toch wel baanbrekende idee toe te lichten.

Vanavond voegde Apple daar nog iets aan toe met de introductie van CareKit, een softwarepakket dat vergelijkbaar is aan ResearchKit en er mee communiceert maar meer nadruk legt op het bieden van zorg. Ik vermoed dat de achterliggende gedachte van Apple is dat hun gebruikers eerder geneigd zijn een app te gebruiken en gegevens te delen als het hen zelf iets oplevert (namelijk zorg) dan een app die ‘de gemeenschap’ iets oplevert (namelijk kennis), maar dat is speculatie van mijn kant.

Het is dan ook interessant om te zien hoe Apple bij vanavond bij de introductie van CareKit het volgende filmpje gebruikte om deze nieuwe ontwikkeling toe te lichten. Opvallend genoeg wordt CareKit zelf überhaupt niet genoemd, maar wordt ResearchKit gepresenteerd op basis van een aantal aan CareKit gerelateerde apps.

Is dit dus oude wijn in nieuwe zakken? Dat zal blijken na de lancering in april, maar dat Apple hun ResearchKit een boost probeert te geven met een nieuw sausje lijkt duidelijk.

Helaas zijn er tot op heden (nog) geen Nederlandse ResearchKit apps gevormd, maar die zullen er ongetwijfeld op enig moment komen. ResearchKit en CareKit zijn beide open source, wat inhoudt dat iedere softwareontwikkelaar ze kan gebruiken. Het wordt interessant om te zien hoe andere grote technologie bedrijven zoals Google hier eventueel bij aan gaan sluiten; als beide besluiten geen hek om hun eigen tuintje te bouwen maar hun krachten te bundelen voor het gemeenschappelijke belang dan wordt het pas echt interessant.