Nieuwe publicatie in Telemedicine & eHealth

eHealth component e-Exercise
Een screenshot van de online (eHealth) component van e-Exercise

Ons artikel over determinanten voor het gebruik van de online component van e-Exercise hier online bij Telemedicine & eHealth. Voor de opleiding klinische gezondheidswetenschappen waar ik vorig jaar cum laude afstudeerde mocht ik in 2015 en 2016 twee deelprojecten uitvoeren binnen het promotietraject van Corelien Kloek. Mijn eerste (keuze)stage begon met een kwalitatief onderzoek over waarom fysiotherapeuten de eHealth component wel of niet zijn gaan gebruiken. De uitkomsten werden gepubliceerd in FysioPraxis. Ook zijn ze gebruikt voor een artikel waarvan ik co-auteur ben, dat op dit moment nog ‘under review’ is. Als tweede voerde ik voor m’n afstudeerscriptie het onderzoek uit dat nu dus ook werd gepubliceerd.

e-Exercise is een zogenaamde ‘blended interventie’. Dit wil zeggen dat het bestaat uit zowel reguliere (face-to-face) zorg als een online (eHealth) component. Deze deelstudie onderzocht wat bepaalde of patiënten met heup- en/of knieartrose de eHealth component van e-Exercise gingen gebruiken. Hiervoor werden gegevens gebruikt die vastgelegd waren in het kader van het al lopende onderzoek naar de effectiviteit van deze behandeling, maar ook gebruiksgegevens van de website en interviews met patiënten.

In totaal hadden 81.1% van de 90 patiënten de eHealth component gedurende ten minste 8 van de 12 weken gebruikt. Dit is redelijk veel vergeleken met andere vergelijkbare literatuur. De patiënten die de eHealth component het meeste gebruikten waren vooral middelhoog opgeleid, waren tussen de 1 en 5 jaar bekend met heup- en/of knieartrose en waren geworven door de fysiotherapeut zelf. Verder bleek uit de 10 afgenomen interviews dat voldoende internetvaardigheden, zelf-discipline, het daadwerkelijk uitvoeren van het oefenprogramma, de bruikbaarheid en flexibiliteit van het programma, het ‘persuasive design’ en de ervaren meerwaarde van het programma, de hoeveelheid benodigde tijd en het feit dat deelnemers participeerden in wetenschappelijk onderzoek bijdroegen aan het gebruik van het programma.

De fysiotherapeut zelf bleek ook een directe invloed te hebben op het gebruik door de patiënt. Tijdens de tweede behandeling moest de fysiotherapeut het beweegprogramma nog starten in de software, maar dit bleek niet altijd te zijn gebeurd. Het integreren van eHealth binnen de werkwijze van de fysiotherapeut is daarom belangrijk.

Het artikel is vanaf nu dus hier te vinden op de site van Telemedicine & eHealth en hier op PubMed. Het staat nu nog online als ‘ePub ahead of print’. Zoals het lijkt zal het artikel in december in het gedrukte tijdschrift zelf verschijnen.

Publicatie Obesity: Ga je meer bewegen door een activity tracker?

Activity tracker
Activity trackers

Op woensdag 28 september was het zo ver; onze systematische review en meta-analyse over het effect van activity tracker gebruik op lichaamsbeweging bij volwassenen met overgewicht of obesitas verscheen online! Het artikel werd gepubliceerd in Obesity, een vooraanstaand internationaal tijdschrift op het gebied van obesitas. Voor mij persoonlijk de eerste publicatie in een internationaal wetenschappelijk tijdschrift. Erg leuk om je naam voor het eerst terug te zien in een referentie op Pubmed, de bekende database voor medisch-wetenschappelijke artikelen.

De aanleiding voor de review was een opdracht voor het vak ‘systematisch literatuuronderzoek’ bij de opleiding Klinische Gezondheidswetenschappen in februari t/m april 2015, waarbij ik begeleid werd door Marco van Brussel. Vooraf had ik al besloten de review te willen schrijven over activity tracker gebruik omdat het onderwerp me erg aan sprak. Omdat ik de intentie had er wat moois van te maken en het indien mogelijk te publiceren nam ik vooraf contact op met Miriam van Ittersum. Miriam was vroeger mijn studieloopbaanbegeleider bij de opleiding fysiotherapie aan de Hanzehogeschool Groningen, maar ze werkt tegenwoordig ook bij het Quantified Self Institute (QSI). Het QSI is een instituut dat zich bezighoudt met ‘de zelfmetende mens’ en was voor mij daarom de ideale instelling om mee samen te werken binnen dit onderwerp. Via Miriam kwam ik zo ook in contact met Thea Kooiman en Martijn de Groot die mij uiteindelijk ook zouden begeleiden.

Het onderwijsproduct werd uiteindelijk beoordeeld met een 9.3 en zou de Talma Eykman Award 2016 winnen binnen de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht. Toch bleef het een product dat in een soort snelkookpan in 10 weken geschreven was. Hierdoor waren er toch nog de nodige stappen te zetten om het artikel publicabel te maken. Op 1 juli 2015 registreerden we de review in PROSPERO, een register waarin onderzoekers kunnen aangeven binnen welk onderwerp ze een dergelijk literatuuronderzoek aan het uitvoeren zijn om eventueel dubbel werk te voorkomen. We voerden de zoekopdracht opnieuw uit om eventueel pas gepubliceerde artikelen toch mee te kunnen nemen en dit keer zouden zowel Thea als ik de 1645 gevonden referenties screenen op bruikbare artikelen. Het aangevulde en aangescherpte artikel werd zo verbeterd en was december 2015 klaar om in te dienen.

We wilden het artikel indienen bij Obesity, maar die plaatsen normaliter alleen reviews op hun eigen verzoek. We wilden het toch proberen en stuurden onze samenvatting op, waarop positief gereageerd werd met de opmerking dat we ons volledige artikel konden indienen. Na wederom een positieve reactie maar met een verzoek om ‘major revisions’ (grote aanpassingen) werd ons artikel uiteindelijk in juni geaccepteerd en kwam dus 28 september beschikbaar. Obesity heeft er voor gekozen de full-text gratis beschikbaar te maken, waardoor het artikel door iedereen te lezen is. Het artikel spreekt blijkbaar aan, volgens de Altimetric Attention Score valt het artikel op dit moment onder de 7% meest op sociale media gedeelde wetenschappelijke artikelen dat hun software heeft bijgehouden.

smarthealth

Het artikel was ook aanleiding voor een andere persoonlijke primeur; ik werd voor het eerst geïnterviewd over eigen werk. SmartHealth schreef er een mooi artikel over, wat ook werd opgemerkt door Scientia Fundus, de studie- en alumnivereniging van de opleiding waar ik afgelopen zomer cum laude ben afgestudeerd en de review aanvankelijk voor schreef.

Waar deze review verder toe gaat leiden zal de toekomst uitwijzen. Voor mij persoonlijk was dit in ieder geval de eerste echte stap in de wetenschap, waarvan er hopelijk nog vele zullen volgen. Het vraagstuk hoe dit soort technologie kan bijdragen aan het in beweging krijgen van mensen vind ik in ieder geval ontzettend interessant, ik hoop daar in de toekomst meer onderzoek in te kunnen doen.

Update 20 juni 2017: Ik kreeg vandaag een e-mail dat onze review het 15e meest gedownloade artikel van Obesity in 2016 was met 2.234 downloads. Best bijzonder als je meerekent dat het artikel pas eind september geplaatst was en al die downloads dus in het laatste kwartaal plaatsvonden. Dat het artikel goed bekeken werd bleek eerder ook al uit de score (47) op Altmetric, waarbij het artikel zich in het 97e percentiel van alle bijna 8 miljoen artikelen bevindt die Altmetric volgt wat betreft hoe vaak het artikel gedeeld werd op sociale media. Erg leuk dat het artikel blijkbaar goed bekeken wordt en al onze inzet dus daadwerkelijk een impact maakt binnen de wetenschap!

Mijn 1e publicatie; eHealth gebruik onder fysio’s

FysioPraxis, april 2016
FysioPraxis, april 2016

Sinds september 2013 studeer ik klinische gezondheidswetenschappen, een deeltijd studie waarvoor ik iedere vrijdag in Utrecht vertoef naast de vier dagen die ik werk als fysiotherapeut. De afgelopen negen maanden heb ik gedurende mijn afstudeerfase stage gelopen bij het NIVEL, en UMC Utrecht binnen het e-Exercise onderzoeksprogramma.

e-Exercise is een blended eHealth interventie voor patiënten met heup- en/of knieartrose. ‘Blended’ wil zeggen dat het programma bestaat uit een online component, in dit geval een beweegprogramma, en een offline component, in dit geval vijf face-to-face behandelingen fysiotherapie. Het centrale onderzoek waar ik bij aansluit vergelijkt de kosteneffectiviteit van dit programma met die van reguliere fysiotherapie. Zelf voer ik twee stageopdrachten uit binnen deze onderzoekslijn tussen juli 2015 en juli 2016.

Op dit moment ben ik voor mijn afstudeeronderzoek bezig om te kijken welke patiënt-, interventie- en omgevingsgerelateerde factoren bepalen of een patiënt de online component van e-Exercise ook daadwerkelijk gaat gebruiken. Het artikel dat ik naar aanleiding van dit mixed methods onderzoek schrijf lever ik 1 juli als thesis in bij mijn opleiding, waarna hij in de zomer ingediend zal worden bij een wetenschappelijk tijdschrift.

Daarnaast heb ik afgelopen zomer voor mijn keuzestage een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de vraag waarom fysiotherapeuten e-Exercise wel of juist niet zijn gaan gebruiken. Het stageverslag werd beoordeeld met een 8.5 en de verzamelde gegevens worden gebruikt voor een onderzoekspublicatie waarbij ik als medeauteur wordt meegenomen. Daarnaast schreef ik samen met Corelien Kloek, Daniël Bossen en Cindy Veenhof een iets kortere, Nederlandstalige versie van het artikel dat we indienden bij FysioPraxis, het tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). Na twee ronden feedback van drie reviewers kregen we eind februari het bericht dat het artikel geplaatst zou gaan worden. Erg leuk, mijn eerste onderzoekspublicatie!

Gisteravond kreeg ik bericht dat het zo ver was; het artikel staat op pagina 35 t/m 37 in het wetenschapskatern van het aprilnummer van FysioPraxis. Ik zou het artikel hier kunnen beschrijven, maar omdat je het hele artikel hier online kunt lezen leek me dat wat overbodig.

PS: Momenteel heb ik overigens nog een ander ijzer in het vuur; een systematisch literatuuronderzoek en meta-analyse naar het effect van activiteitenmonitor gebruik op lichaamsbeweging bij volwassenen met overgewicht of obesitas waarbij ik momenteel de laatste hand leg aan de gevraagde aanpassingen van een wetenschappelijk tijdschrift. Hopelijk volgt daarmee mijn eerste internationale publicatie op korte termijn!