Onderwijsbevoegdheid

Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB) onderwijsbevoegdheid
Woensdag 7 juni ontving ik mijn onderwijsbevoegdheid van Saxion Academy

Als nieuwe HBO docent dien je binnen 2 jaar je onderwijsbevoegdheid te halen. Na mijn aanstelling bij Saxion als docent-onderzoeker fysiotherapie in augustus 2016 schreef ik mij derhalve direct in voor de desbetreffende scholing. In februari 2017 kon ik hier al mee starten, en ontving ik gistermiddag mijn eindbeoordeling (een ‘goed’) en het certificaat ter afronding.

Dit certificaat draagt de naam Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB), maar omvat ook de Basiskwalificatie Examinering (BKE) en Didactiek in de Digitale Leeromgeving (DDL) die ook als losse onderdelen te volgen zijn. Wat simpel uitgelegd gaan deze onderdelen respectievelijk over effectief lesgeven, toetsen en gebruik van online tools binnen het onderwijs.

Ik vond de cursus, die ik volgde met 11 andere Saxion collega’s van verschillende academies en opleidingen, erg leerzaam. Er hing een goede sfeer waardoor open en eerlijke discussies mogelijk waren, wat ook zeker te prijzen is aan cursusleider Christian Mensink die dit uitstekend faciliteerde.

De eerste maanden na mijn aanstelling bij Saxion waren erg druk omdat ik zowel nog moest wennen aan de nieuwe werkomgeving (regelgeving, waar vind je wat, etc.) als aan de inhoud van het onderwijs dat ik voor het eerst gaf als aan het feit dat ik een nieuw beroep uitoefende. Toen ik in februari begon met de scholing was ik nog vooral bezig met het ontdekken van de organisatie, inhoud van het onderwijs en het werken aan mijn werk-privé balans (mede vanwege de dagelijkse 5+ uur reistijd). Ik was toen dus nog relatief weinig bewust bezig met didactiek, wat inmiddels naar aanleiding van de in de scholing aangereikte handvatten zeker veranderd is.

Nadat ik vorig zomer cum laude afstudeerde als klinisch gezondheidswetenschapper dacht ik toen in rustiger vaarwater terecht te komen, maar door de baanwissel was het afgelopen jaar toch ook best hectisch. Dat ik daar nu met een jaar onderwijservaring en m’n onderwijsbevoegdheid in de zak op terug kan kijken geeft me wel een voldaan gevoel. Nog één lesweek en vier weken met hoofdzakelijk toetsing en nakijkwerk en dan staat een ander fijn onderdeel van het docentschap voor de deur; zes weken zomervakantie, een heerlijk vooruitzicht.

Focusgroep en opening Fysio Future Lab

Fysio Future Lab
Cindy Veenhof, hoogleraar fysiotherapie–wetenschap (UU) en Lector Innovatie van Beweegzorg (HU), presenteert het Fysio Future Lab
Soms heb je van die dagen dat je je dagelijkse taken even achter je mag laten en je even met iets heel anders bezig kan zijn, wat nieuwe energie kan geven. Vandaag was zo’n dag. Ik was door door Joep Janssen, junior onderzoeker bij het Lectoraat Innovatie van Beweegzorg van de Hogeschool Utrecht (HU), uitgenodigd voor een focusgroep met eHealth experts. Nadien vond de opening van het Fysio Future Lab plaats, eveneens in het Beatrixgebouw bij de Jaarbeurs Utrecht.

De focusgroep vond plaats met 6 experts met verschillende achtergronden, waaronder onderzoekers, innovatoren en fysiotherapeuten. De Nominal Group Technique werd toegepast om samen te komen tot een set materiële (bijv. financiële middelen, toegang tot internet, evt. hulpmiddelen etc.) en persoonlijke voorwaarden (bijv. voldoende taalbeheersing, afwezigheid van comorbiditeit, etc.) m.b.t. welke patiënten in staat zijn om een online oefenprogramma te kunnen gebruiken. Na de introductie van Joep werd ons gevraagd voor onszelf zo veel mogelijk van deze voorwaarden uit te schrijven. Deze werden vervolgens gedeeld en door de groep geconcretiseerd of samengevoegd waar nodig. Uiteindelijk scoorden we de top-5 die we het meest belangrijk vonden, wat uiteindelijk zou leiden tot een goede indicatie wat de belangrijkste voorwaardelijkheden zijn. Door het enthousiasme van de aanwezigen liepen we iets uit en was hier helaas geen tijd meer voor. Net als ik benieuwd naar de resultaten? Houd dan vooral Joep Janssen en het Lectoraat Innovatie van Beweegzorg in de gaten.

Richard van Hooijdonk
Trendwatcher en futurist Richard van Hooijdonk presenteert zijn visie op de zorg van morgen
Na goed verzorgd te zijn met een broodje en drankje en bijgepraat te hebben enkele bekenden werd dus het Fysio Future Lab feestelijk geopend. De opening vond plaats met behulp van drie inspirerende sprekers, waarvan trendwatcher en futurist Richard van Hooijdonk de aftrap verzorgde. Richard bood ons enkele recente ontwikkelingen die in groot tempo impact hebben op onze leefomgeving en legde daarmee de link naar de zorg. Zo implanteerde hij zelf een chip in zijn arm waarmee hij z’n deur kan openen en z’n auto kan starten en beschouwde hij ondermeer hoe technologie zoals robotica, sensor- en nanotechnologie de zorg de komende jaren gaat beïnvloeden. Ook werd voormalig fotografie gigant Kodak aangehaald als voorbeeld van hoe je als bedrijf of zelfs beroepsgroep de slag kunt missen als je niet durft mee te gaan in nieuwe ontwikkelingen. Hij eindigde zijn enthousiaste presentatie met de vraag of wij zwarte (niet willen veranderen), bruine (liever niet maar als de omgeving ook mee gaat wel willen veranderen) of witte (innovatoren die voorop lopen) beren waren. Een toespraak die goed aan kwam bij het selecte groepje aanwezige fysiotherapeuten, die zich letterlijk als ‘koplopers’ hadden aangeboden om deel te nemen aan het Fysio Future Lab.

Willem-Jan Renger
Willem-Jan Renger weet nieuwe technologie aan oude Romeinen te linken
Vervolgens nam Willem-Jan Renger, hoofd van innovatiestudio HKU, het stokje over. Hij legde op unieke wijze de link tussen de nieuwe technologische ontwikkelingen en de oude Romeinen. Marcus Vitruvius Pollo, een Romeins militair, architect en ingenieur (±85-20 v.Chr.), werd aangehaald vanwege zijn drie basisprincipes voor goede architectuur: firmitas (stevigheid), utilitas (gebruiksvriendelijkheid) en venustas (schoonheid). Willem-Jan legde uit dat deze principes ook op gaan voor het ontwerpen van nieuwe (eHealth) technologieën, en hij in zijn werk als designer hoopt de gebruiker vooral te vinden door hem/haar een prettige ervaring aan te kunnen bieden. Door juist deze elementen goed te combineren en sterk de relatie naar de toepassing van de nieuwe technologie door de gebruiker maakt hij een mooie brug naar het Fysio Future Lab.

Cindy Veenhof
Cindy Veenhof legt uit hoe vraagarticulatie, innovatie, implementatie & adaptatie en business modelling samen komen binnen het Fysio Future Lab
Na deze mooie voorzet ging Cindy Veenhof, hoogleraar Fysiotherapiewetenschap (UU) en lector Innovatie van Beweegzorg (HU), verder met de introductie van het Fysio Future Lab. Dit ‘laboratorium’ bestaat de facto uit een netwerk van 25 fysiotherapeuten uit met name de regio Utrecht die zich hebben aangemeld als ‘koplopers’ en open staan om nieuwe technologieën uit te proberen binnen de fysiotherapeutische zorg. Deze fysiotherapeuten dragen via het Fysio Future Lab bij aan de vraagarticulatie t.o.v. innovatoren en onderzoekers. Tegelijkertijd worden ze in contact gebracht met nieuwe technologieën zodat innovatoren, onderzoekers en het onderwijs kunnen leren wat wel en wat niet werkt in de praktijk. Wat mij betreft een prachtige combinatie die vermoedelijk veel nieuwe inzichten zal verschaffen en bij zal dragen aan de transitie van ons vakgebied.

Gesprek over Quantified Self bij RIVM

RIVM bijeenkomst i.r.t. Quantified Self
RIVM bijenkomst – Foto door Margreet Schurer
Op donderdag 8 december 2016 was ik uitgenodigd voor een gesprek met tien experts* op het gebied van Quantified Self (QS) bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het gesprek ging over o.a. de risico’s en baten van QS op de zorg, kosten en het milieu en was bedoeld om de als publiek aanwezige RIVM medewerkers te voorzien van input t.b.v. de vorming van nieuw beleid.

Het gesprek werd ingeleid door Martijn de Groot van het Quantified Self Institute (QSI) in Groningen, waarmee ik afgelopen jaar al samenwerkte aan een systematic review en meta-analyse over activity tracker gebruik. Martijn introduceerde het begrip QS, voorzag het van context en zette enkele belangrijke kansen en nog te overwinnen drempels uiteen.

Na de introductie door Martijn werden de aanwezigen gevraagd input te geven welke topics ter discussie dienden te komen, waarna de onderlinge discussie gefaciliteerd werd door moderator Johan Melse. Enkele interessante gesprekken die mij bij zijn gebleven gingen over hoe QS zich tot de huidige definitie van gezondheid verhoudt, hoe mensen gefaciliteerd kunnen worden in de interpretatie van hun data en voor wie QS dan wel of juist geen goed middel is.

Zo werd geopperd dat QS een bijdrage zou leveren aan de veronderstelling dat gezondheid een maakbaar gegeven is, wat tot zekere hoogte zou kunnen aanzetten tot dwangmatig gedrag. Een andere deelnemer pleitte er juist voor dat QS erg goed aan sluit bij de in 2011 door Machteld Huber geïntroduceerde definitie van gezondheidGezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. QS geeft de mens objectieve informatie waar beslissingen op gebaseerd kunnen worden. Hierdoor kan het vermogen om zelf regie te voeren worden gefaciliteerd.

Ook werd terecht opgemerkt dat onjuiste interpretatie van data juist een ongunstige invloed kan hebben. Mogelijke oplossingsrichtingen zijn te zoeken in het vereenvoudigen van de feedback die de technologie aan de gebruiker geeft en dus binnen de industrie, maar ook bij het ondersteunen van de mensen die dit onvoldoende zelf kunnen, bijvoorbeeld via de zorg.

Wat hier nauw mee samen hangt en een rode draad leek te zijn door de discussie is het vraagstuk voor wie QS een geschikt middel is. Een van de interessante aspecten van de QS beweging is dat het een beweging is die vanuit de samenleving plaats vindt. De ontwikkeling vindt al plaats in het publieke domein, ongeacht van wat de overheid en/of zorg er van vinden. Hoewel er op basis van gezond verstand wel een inschatting gemaakt kan worden wat de voornaamste doelgroepen zijn die QS nu gebruiken (bijv. met name jongere en/of hoger opgeleide mensen) zijn hier nog weinig tot geen officiële cijfers over beschikbaar.

Adviezen aan het RIVM met betrekking tot Quantified Self
Adviezen aan het RIVM
Na dit gesprek van ongeveer een uur werd het publiek betrokken bij de discussie. Uiteindelijk werd afgesloten met het concretiseren van de adviezen van de aanwezige experts aan het RIVM m.b.t. QS, kort samengevat op de bijgevoegde foto. Mijn eigen advies was vooral dat het belangrijk is met name te bepalen welke doelgroep minder capabel is in het voeren van de eigen regie (m.b.v. QS) en onderzoeken hoe deze groep hierin gefaciliteerd kan worden. Mijns inziens kan juist de zorg een sector zijn waar deze indicering en facilitering plaats kan en misschien wel moet vinden op een gestructureerde wijze. Het onderzoeken van de (kosten)effectiviteit ervan en welke barrières nog overwonnen dienen te worden bij zowel de patiënt als de zorgverlener is hiervoor een vereiste.

* Aanwezigen: Martijn de Groot (Quantified Self Institute), Maartje Schermer (Erasmus MC), Sjoerd Kooiker (Sociaal Cultureel Planbureau), Jaco van Duivenboden (Nictiz), Eelco Kuijpers (TNO + IRAS, UU), Sander Voerman (Universiteit Twente), Herman de Vries (Saxion), Itte Overing (ICT Recht), Ronald Fokkink (SAUC), Hans Notenboom (Philips).