Zorgen activity trackers voor socio-economische ongelijkheid?

Socio-economische ongelijkheid
Socio-economische ongelijkheid
Steeds meer mensen gebruiken activity trackers om hun leefstijl te monitoren en op basis van de feedback aan te passen om zo hun gezondheid te verbeteren. Echter, mensen uit een lagere inkomensklasse kunnen deze technologie vaak niet betalen en/of missen de vaardigheden die nodig zijn om ze goed te kunnen gebruiken. Dit zorgt voor een vergroting van de socio-economische ongelijkheid, aldus een artikel van twee Amerikaanse onderzoekers in de Journal of Medical Internet Research (JMIR).

Hoewel ik deze uitspraak een wat onterecht negatieve nasmaak vind hebben – dat mensen met een (boven)modaal inkomen gezonder zouden worden lijkt me geen slechte zaak – kan ik me in de achterliggende argumentatie wel vinden. Op basis van mijn eigen ervaring als fysiotherapeut zie ik ook dat het vaak deze mensen zijn die dit soort technologie eerst gaan gebruiken en dat mensen uit een lagere inkomensklasse soms moeite hebben met het optimaal benutten ervan. Dat prikkelde mij om met mijn afstudeeronderzoek uit te zoeken welke mensen een eHealth interventie daadwerkelijk gebruiken zodat we kunnen bepalen voor wie het kan werken en voor wie we wellicht iets anders moeten bedenken. Dit doe ik bij het e-Exercise onderzoek, waarop ik deze zomer hoop af te studeren.

De onderzoekers beschrijven in het genoemde artikel dat bij het beschikbaar komen van dit soort technologie op korte termijn de socio-economische ongelijkheid toeneemt, maar ook op dat dit op lange termijn weer afneemt. Naarmate steeds meer mensen de technologie gaan gebruiken dalen de prijzen, waarna ze geleidelijk aan ook meer bereikbaar worden voor mensen uit de lagere inkomensklassen.

Hun oplossing voor het (blijkbaar tijdelijk) toenemen van de socio-economische ongelijkheid ligt enigszins voor de hand: Zet in Frugal Innovation, oftewel goedkope innovaties die ‘goed genoeg’ zijn en waarbij alle niet-essentiële functies weggelaten zijn. Laat het Steve Jobs niet horen. De excentrieke oprichter van Apple werd juist door zijn afkeer tegen dergelijke ‘middelmaat’ gedreven om de nieuwe standaard voor o.a. de MP3-speler, smartphone en tablet te zetten. Toch hebben de onderzoekers gelijk; niet iedereen kan de nieuwste iPhone betalen. Beide strategieën hebben bijna tegenovergestelde voor- en nadelen, waardoor ze elkaar juist voor beide plaats is.

Daarnaast maken de onderzoekers een pleidooi dat overheden de ontwikkeling van dergelijke innovaties moeten subsidiëren en ze daarna moeten aanbieden door overheid gefinancierde programma’s. Ik verwacht zelf dat alleen het aanbieden van het technologische snufje niet genoeg zal zijn om de socio-economische kloof te dichten en dat ondersteuning bij het ontwikkelen van de vaardigheden om de technologie te kunnen gebruiken nodig zal zijn. Toch lijkt het me goed dat ontwikkelaars, onderzoekers, zorgverleners en overheden de koppen bij elkaar steken om dit soort technologie ook beschikbaar te maken aan de mensen die het niet kunnen betalen – dat zijn vaak juist de mensen die het nodig hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *