Interview voor Libelle Gezond

Libelle Gezond januari 2017
De Libelle Gezond special van januari 2017

Soms komen er dingen op je pad die je niet ziet aankomen. Zo had ik je een paar maanden geleden vermoedelijk niet geloofd als je had gezegd dat ik geïnterviewd zou worden voor de Libelle. Toch gebeurde dit eind oktober 2016. Naar aanleiding van mijn blog bericht over onze publicatie naar activity tracker gebruik en wat overige inhoud van deze site werd ik benaderd door journaliste Margreet Botter of ik open stond voor een interview. Uiteraard wilde ik daar aan meewerken; kennis delen is inmiddels tenslotte mijn beroep. Het resultaat daarvan is te lezen op pagina 62-69 van de Libelle Gezond van januari 2017, een van de vierwekelijkse specials van Libelle.

In het artikel getiteld “Zelf doktertje spelen, do’s en don’ts” beschrijft Margreet haar eigen ervaringen met vormen van eHealth en zelfmeting en interviewt enkele deskundigen. Zo worden toegevoegde waarde en valkuilen van alle online beschikbare informatie over gezondheid beschreven. Margreet beschrijft dat ze geïrriteerd raakte door alle notificaties, maar ook hoe zelfmeting kan bijdragen aan een verbeterd inzicht in de status daarvan. Het artikel eindigt met een opsomming van interessante apps, gevolgd door een samenvatting van het interview met mij over activity tracker gebruik

Het stukje over het interview met mij is hieronder te lezen. Als je het hele artikel wilt lezen kun je het tijdschrift onder meer hier kopen, of lid worden van de Libelle specials.

Interview tekst
De aan het interview gerelateerde tekst uit het artikel “Zelf doktertje spelen, do’s en don’ts” uit de Libelle Gezond van januari 2017

Gesprek over Quantified Self bij RIVM

RIVM bijeenkomst i.r.t. Quantified Self
RIVM bijenkomst – Foto door Margreet Schurer
Op donderdag 8 december 2016 was ik uitgenodigd voor een gesprek met tien experts* op het gebied van Quantified Self (QS) bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het gesprek ging over o.a. de risico’s en baten van QS op de zorg, kosten en het milieu en was bedoeld om de als publiek aanwezige RIVM medewerkers te voorzien van input t.b.v. de vorming van nieuw beleid.

Het gesprek werd ingeleid door Martijn de Groot van het Quantified Self Institute (QSI) in Groningen, waarmee ik afgelopen jaar al samenwerkte aan een systematic review en meta-analyse over activity tracker gebruik. Martijn introduceerde het begrip QS, voorzag het van context en zette enkele belangrijke kansen en nog te overwinnen drempels uiteen.

Na de introductie door Martijn werden de aanwezigen gevraagd input te geven welke topics ter discussie dienden te komen, waarna de onderlinge discussie gefaciliteerd werd door moderator Johan Melse. Enkele interessante gesprekken die mij bij zijn gebleven gingen over hoe QS zich tot de huidige definitie van gezondheid verhoudt, hoe mensen gefaciliteerd kunnen worden in de interpretatie van hun data en voor wie QS dan wel of juist geen goed middel is.

Zo werd geopperd dat QS een bijdrage zou leveren aan de veronderstelling dat gezondheid een maakbaar gegeven is, wat tot zekere hoogte zou kunnen aanzetten tot dwangmatig gedrag. Een andere deelnemer pleitte er juist voor dat QS erg goed aan sluit bij de in 2011 door Machteld Huber geïntroduceerde definitie van gezondheidGezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. QS geeft de mens objectieve informatie waar beslissingen op gebaseerd kunnen worden. Hierdoor kan het vermogen om zelf regie te voeren worden gefaciliteerd.

Ook werd terecht opgemerkt dat onjuiste interpretatie van data juist een ongunstige invloed kan hebben. Mogelijke oplossingsrichtingen zijn te zoeken in het vereenvoudigen van de feedback die de technologie aan de gebruiker geeft en dus binnen de industrie, maar ook bij het ondersteunen van de mensen die dit onvoldoende zelf kunnen, bijvoorbeeld via de zorg.

Wat hier nauw mee samen hangt en een rode draad leek te zijn door de discussie is het vraagstuk voor wie QS een geschikt middel is. Een van de interessante aspecten van de QS beweging is dat het een beweging is die vanuit de samenleving plaats vindt. De ontwikkeling vindt al plaats in het publieke domein, ongeacht van wat de overheid en/of zorg er van vinden. Hoewel er op basis van gezond verstand wel een inschatting gemaakt kan worden wat de voornaamste doelgroepen zijn die QS nu gebruiken (bijv. met name jongere en/of hoger opgeleide mensen) zijn hier nog weinig tot geen officiële cijfers over beschikbaar.

Adviezen aan het RIVM met betrekking tot Quantified Self
Adviezen aan het RIVM
Na dit gesprek van ongeveer een uur werd het publiek betrokken bij de discussie. Uiteindelijk werd afgesloten met het concretiseren van de adviezen van de aanwezige experts aan het RIVM m.b.t. QS, kort samengevat op de bijgevoegde foto. Mijn eigen advies was vooral dat het belangrijk is met name te bepalen welke doelgroep minder capabel is in het voeren van de eigen regie (m.b.v. QS) en onderzoeken hoe deze groep hierin gefaciliteerd kan worden. Mijns inziens kan juist de zorg een sector zijn waar deze indicering en facilitering plaats kan en misschien wel moet vinden op een gestructureerde wijze. Het onderzoeken van de (kosten)effectiviteit ervan en welke barrières nog overwonnen dienen te worden bij zowel de patiënt als de zorgverlener is hiervoor een vereiste.

* Aanwezigen: Martijn de Groot (Quantified Self Institute), Maartje Schermer (Erasmus MC), Sjoerd Kooiker (Sociaal Cultureel Planbureau), Jaco van Duivenboden (Nictiz), Eelco Kuijpers (TNO + IRAS, UU), Sander Voerman (Universiteit Twente), Herman de Vries (Saxion), Itte Overing (ICT Recht), Ronald Fokkink (SAUC), Hans Notenboom (Philips).

Publicatie Obesity: Ga je meer bewegen door een activity tracker?

Activity tracker
Activity trackers

Op woensdag 28 september was het zo ver; onze systematische review en meta-analyse over het effect van activity tracker gebruik op lichaamsbeweging bij volwassenen met overgewicht of obesitas verscheen online! Het artikel werd gepubliceerd in Obesity, een vooraanstaand internationaal tijdschrift op het gebied van obesitas. Voor mij persoonlijk de eerste publicatie in een internationaal wetenschappelijk tijdschrift. Erg leuk om je naam voor het eerst terug te zien in een referentie op Pubmed, de bekende database voor medisch-wetenschappelijke artikelen.

De aanleiding voor de review was een opdracht voor het vak ‘systematisch literatuuronderzoek’ bij de opleiding Klinische Gezondheidswetenschappen in februari t/m april 2015, waarbij ik begeleid werd door Marco van Brussel. Vooraf had ik al besloten de review te willen schrijven over activity tracker gebruik omdat het onderwerp me erg aan sprak. Omdat ik de intentie had er wat moois van te maken en het indien mogelijk te publiceren nam ik vooraf contact op met Miriam van Ittersum. Miriam was vroeger mijn studieloopbaanbegeleider bij de opleiding fysiotherapie aan de Hanzehogeschool Groningen, maar ze werkt tegenwoordig ook bij het Quantified Self Institute (QSI). Het QSI is een instituut dat zich bezighoudt met ‘de zelfmetende mens’ en was voor mij daarom de ideale instelling om mee samen te werken binnen dit onderwerp. Via Miriam kwam ik zo ook in contact met Thea Kooiman en Martijn de Groot die mij uiteindelijk ook zouden begeleiden.

Het onderwijsproduct werd uiteindelijk beoordeeld met een 9.3 en zou de Talma Eykman Award 2016 winnen binnen de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht. Toch bleef het een product dat in een soort snelkookpan in 10 weken geschreven was. Hierdoor waren er toch nog de nodige stappen te zetten om het artikel publicabel te maken. Op 1 juli 2015 registreerden we de review in PROSPERO, een register waarin onderzoekers kunnen aangeven binnen welk onderwerp ze een dergelijk literatuuronderzoek aan het uitvoeren zijn om eventueel dubbel werk te voorkomen. We voerden de zoekopdracht opnieuw uit om eventueel pas gepubliceerde artikelen toch mee te kunnen nemen en dit keer zouden zowel Thea als ik de 1645 gevonden referenties screenen op bruikbare artikelen. Het aangevulde en aangescherpte artikel werd zo verbeterd en was december 2015 klaar om in te dienen.

We wilden het artikel indienen bij Obesity, maar die plaatsen normaliter alleen reviews op hun eigen verzoek. We wilden het toch proberen en stuurden onze samenvatting op, waarop positief gereageerd werd met de opmerking dat we ons volledige artikel konden indienen. Na wederom een positieve reactie maar met een verzoek om ‘major revisions’ (grote aanpassingen) werd ons artikel uiteindelijk in juni geaccepteerd en kwam dus 28 september beschikbaar. Obesity heeft er voor gekozen de full-text gratis beschikbaar te maken, waardoor het artikel door iedereen te lezen is. Het artikel spreekt blijkbaar aan, volgens de Altimetric Attention Score valt het artikel op dit moment onder de 7% meest op sociale media gedeelde wetenschappelijke artikelen dat hun software heeft bijgehouden.

smarthealth

Het artikel was ook aanleiding voor een andere persoonlijke primeur; ik werd voor het eerst geïnterviewd over eigen werk. SmartHealth schreef er een mooi artikel over, wat ook werd opgemerkt door Scientia Fundus, de studie- en alumnivereniging van de opleiding waar ik afgelopen zomer cum laude ben afgestudeerd en de review aanvankelijk voor schreef.

Waar deze review verder toe gaat leiden zal de toekomst uitwijzen. Voor mij persoonlijk was dit in ieder geval de eerste echte stap in de wetenschap, waarvan er hopelijk nog vele zullen volgen. Het vraagstuk hoe dit soort technologie kan bijdragen aan het in beweging krijgen van mensen vind ik in ieder geval ontzettend interessant, ik hoop daar in de toekomst meer onderzoek in te kunnen doen.